Nalatenschappen; nagelaten vermogen, kenmerken
Gewijzigd op: 31 maart 2026
- Lijngrafiek
- Verticale staaf
- Horizontale staaf
- Let op: selectie wordt aangepast
Grafische presentatie
Delen
Gekopieerd naar klembord
- Tabeltoelichting
- Onderwerpen/classificaties
Tabelinformatie
Nalatenschappen; nagelaten vermogen, kenmerken
INHOUDSOPGAVE 1. Toelichting 2. Definities en verklaring van symbolen 3. Koppelingen naar relevante tabellen en artikelen 4. Bronnen en methoden 5. Meer informatie 1. TOELICHTING In deze tabel zijn gegevens opgenomen over het nagelaten vermogen van overledenen, uitgesplitst naar kenmerken van de overledene. Het nagelaten vermogen is bepaald voor overledenen uit de Nederlandse bevolking op 1 januari van het betreffende jaar. Als gevolg van de herziening van de inkomensstatistiek is er tussen 2010 en 2011 een breuk in de achtergrondkenmerken waarneembaar. In de jaren 2007-2010 zijn de kenmerken op 31 december van het verslagjaar genomen. Vanaf 2011 worden kenmerken van verkrijgers op 1 januari van het verslagjaar genomen. Wegens verschillen in de aanleverwijze van de brongegevens zijn de cijfers t/m 2016 niet geheel vergelijkbaar met de uitkomsten van latere jaren. Gegevens beschikbaar vanaf: 2007. Status van de cijfers: De cijfers voor 2007 t/m 2022 zijn definitief. De cijfers voor 2023 zijn voorlopig. Wijzigingen per maart 2026: Definitieve cijfers over 2022 zijn toegevoegd. Voorlopige cijfers over 2023 zijn toegevoegd. Wanneer komen er nieuwe cijfers? Definitieve cijfers 2023 en voorlopige cijfers 2024 worden in het voorjaar van 2027 gepubliceerd. 2. DEFINITIES EN VERKLARING VAN SYMBOLEN Definities: Nalatenschap Het vermogen bestaande uit bezittingen en schulden dat nagelaten is door een overledene. Met aangifte: voor de overledenen waarvoor aangifte successierecht is gedaan bij de belastingdienst is de nalatenschap gebaseerd op de aangifte. Zonder aangifte: voor overledenen zonder aangifte successierecht is de nalatenschap geraamd op basis van integrale vermogensgegevens (aangifte inkomstenbelasting en andere bronnen) van 1 januari van het betreffende jaar. Verklaring van symbolen: niets (blanco) : het cijfer kan op logische gronden niet voorkomen . : het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim * : voorlopige cijfers ** : nader voorlopige cijfers De cijfers zijn afgerond. Hierdoor kan het voorkomen, dat de som van de detailgegevens afwijkt van het totaal. 3. KOPPELINGEN NAAR RELEVANTE TABELLEN EN ARTIKELEN Relevante tabellen: Welvaart van particuliere huishoudens; kerncijfers Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, vermogensbestanddelen Relevante artikelen: Materiële welvaart in Nederland Meer informatie is te vinden op de themapagina Inkomen en Bestedingen 4. BRONNEN EN METHODEN De gegevens over de nalatenschappen van overledenen zijn samengesteld met behulp van gegevens uit verschillende bronnen. Hierbij is enerzijds gebruik gemaakt van de aangifte erfbelasting van de belastingdienst voor de overledenen waarvoor aangifte erfbelasting is gedaan. Omdat deze bron slechts voorziet in informatie voor circa 35 procent van de overledenen (erflaters) zijn de nalatenschappen van de resterende groep afkomstig uit de Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek (IIV) van het CBS. De volledige onderzoeksbeschrijving van de statistieken over vermogensoverdrachten is te vinden in Vermogensoverdrachten (cbs.nl) 5. MEER INFORMATIE Infoservice Copyright (c) Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen Verveelvoudiging is toegestaan, mits het CBS als bron wordt vermeld.
-
Onderwerpen
-
Aantal overledenen
Aantal overledenen uit de bevolking van 1 januari van het verslagjaar.
-
Nagelaten vermogen
-
Totaal nagelaten vermogen
Totale som van het vermogen(sbestanddeel) van overledenen.
-
Gemiddeld nagelaten vermogen
Gemiddeld vermogen(sbestanddeel) van overledenen.
-
Mediaan nagelaten vermogen
Mediaan vermogen(sbestanddeel) van overledenen. De mediaan is het middelste getal wanneer alle getallen van laag naar hoog worden gesorteerd.
-
-
-
Geslacht
-
Totaal mannen en vrouwen
-
-
Kenmerken van personen en huishoudens
-
Totaal personen
-
-
Vermogensbestanddelen
-
Vermogen
Saldo van bezittingen en schulden.
-
1 Bezittingen
Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen.
-
1.1 Financiële bezittingen
Som van bank- en spaartegoeden en effecten.
-
1.1.1 Bank- en spaartegoeden
Alle tegoeden op rekeningen bij (spaar)banken, inclusief buitenlandse tegoeden. Voor overledenen met een aangifte erfbelasting zijn contanten ook hierbij opgenomen.
-
1.1.2 Effecten
De som van obligaties en aandelen. Obligaties betreft de beurswaarde van waardepapieren in de vorm van een schuldbekentenis tegen een vaste rente. Aandelen betreft de beurswaarde van aandelen en opties alsmede deelname in beleggingen.
-
1.2 Onroerend goed
De som van de waarde van de eigen woning en van overig onroerend goed.
-
1.2.1 Eigen woning
Woning in eigendom en in gebruik als hoofdverblijf.
-
1.2.2 Onroerend goed, overig
Dit betreft bijvoorbeeld een tweede woning, een vakantiehuis, beleggingspanden e.d.
-
1.3 Ondernemingsvermogen
Saldo van bezittingen en schulden behorend tot het bedrijfs- of beroepsvermogen van zelfstandig ondernemers. Inlcusief het vermogen van aanmerkelijk belanghouders. Aanmerkelijk belanghouders hebben een bezit van ten minste 5 procent in het geplaatste aandelenkapitaal van een vennootschap. Voor overledenen met een aangifte erfbelasting is er geen onderscheid te maken tussen (1.3) Ondernemingsvermogen en (1.4) Aanmerkelijk belang.
-
1.5 Overige bezittingen
Overige bezittingen betreft onder andere contant geld, roerende zaken, verhuurd of in gebruik als belegging, trustvermogen e.e., aandeel in onverdeelde boedel, vermogen belast met vruchtgebruik of beperkt eigendom (blote eigendom). Voor overledenen zonder een aangifte erfbelasting is er geen onderscheid te maken tussen roerende zaken, vorderingen en teruggaven, aandeel in onverdeelde boedel en andere bezittingen. Voor overledenen met een aangifte erfbelasting zijn contanten opgenomen bij bank- en spaartegoeden.
-
2 Schulden
Som van hypotheekschuld, studieschulden en overige schulden.
-
2.1 Hypotheekschuld eigen woning
Hypotheekschulden in verband met de eigen woning. Dit betreft de stand van de schuld waarover rente is verschuldigd. Voor overledenen zonder een aangifte erfbelasting worden opgebouwde tegoeden voor de aflossing van de hypotheek via kapitaalsverzekeringen, spaar-, beleggingshypotheken en dergelijke niet waargenomen en zijn derhalve niet in mindering gebracht.
-
2.3 Schulden, overig
Schulden voor consumptieve doeleinden, de financiering van aandelen, obligaties of rechten op periodieke uitkeringen en de financiering van schulden voor de tweede woning of ander onroerend goed. Inclusief studieschulden. Studieschulden zijn schulden volgens de Wet studiefinanciering, exclusief voorlopige in gift omzetbare schulden. Voor overledenen zonder een aangifte erfbelasting is de waarneming van deze schulden onvolledig, ook is er geen onderscheid te maken tussen rentedragende schulden, overige belastingschulden, inkomstenbelastingschulden, huishoudschulden en overige renteloze schulden. Voor overledenen met een aangifte erfbelasting is er geen onderscheid te maken tussen (2.2) Schulden, overig en (2.3) Studieschulden.
-
-
Perioden
-
2023*
Voorlopige cijfers
-
Toon opties
Geslacht
Totaal mannen en vrouwen
Kenmerken van personen en huishoudens
Totaal personen
Perioden
2023*
Vermogensbestanddelen
1 Bezittingen
1.1 Financiële bezittingen
1.1.1 Bank- en spaartegoeden
1.2 Onroerend goed
1.2.1 Eigen woning
1.2.2 Onroerend goed, overig
1.5 Overige bezittingen
1.3 Ondernemingsvermogen
2 Schulden
2.1 Hypotheekschuld eigen woning
2.3 Schulden, overig
1.1.2 Effecten
Vermogen
Variabelen kunnen gesleept worden naar de kop, rijen of kolommen van de tabel. In de kop is maar één item van een variabele te selecteren.
| |||||
|---|---|---|---|---|---|
| |||||
| Aantal overledenen | Nagelaten vermogen Totaal nagelaten vermogen | Gemiddeld nagelaten vermogen | Mediaan nagelaten vermogen | |
| x 1 000 | mln euro | 1 000 euro | |||
Vermogen | 168,7 | 33 569,0 | 199,0 | 45,2 | |
1 Bezittingen | 168,7 | 39 261,5 | 232,7 | 50,0 | |
1.1 Financiële bezittingen | 165,5 | 10 735,4 | 64,9 | 19,5 | |
1.1.1 Bank- en spaartegoeden | 165,4 | 7 734,7 | 46,8 | 18,3 | |
1.1.2 Effecten | 15,8 | 3 000,7 | 189,4 | 32,9 | |
1.2 Onroerend goed | 64,6 | 19 827,1 | 307,1 | 241,5 | |
1.2.1 Eigen woning | 63,1 | 18 716,1 | 296,6 | 240,0 | |
1.2.2 Onroerend goed, overig | 6,4 | 1 111,1 | 173,6 | 50,0 | |
1.3 Ondernemingsvermogen | 5,2 | 6 820,5 | 1 319,2 | 104,2 | |
1.5 Overige bezittingen | 57,5 | 1 878,5 | 32,7 | 4,5 | |
2 Schulden | 69,8 | 5 692,5 | 81,6 | 30,1 | |
2.1 Hypotheekschuld eigen woning | 37,7 | 3 253,5 | 86,4 | 63,6 | |
2.3 Schulden, overig | 45,2 | 2 439,0 | 53,9 | 2,0 | |
Bron: CBS