Woningen; hoofdverwarmingsinstallaties, regio 2017-2022
Gewijzigd op: 29 november 2024
- Lijngrafiek
- Verticale staaf
- Horizontale staaf
- Kaart
- Let op: selectie wordt aangepast
Grafische presentatie
Delen
Gekopieerd naar klembord
- Tabeltoelichting
- Onderwerpen/classificaties
Tabelinformatie
Woningen; hoofdverwarmingsinstallaties, regio 2017-2022
INHOUDSOPGAVE 1. Toelichting 2. Definities en verklaring van symbolen 3. Koppelingen naar relevante tabellen en artikelen 4. Bronnen en methoden 5. Meer informatie 1. TOELICHTING Deze tabel toont informatie over het percentage woningen in Nederland naar type hoofdverwarmingsinstallatie op regionaal niveau. De populatie bestaat uit de woningen in de voorraad op 1 januari van het verslagjaar, dit betekent dat nieuwbouw in het verslagjaar niet is meegenomen, maar woningen die gedurende het jaar worden gesloopt wel. Het type hoofdverwarmingsinstallatie is onder andere bepaald op informatie over aardgasleveringen in het gehele verslagjaar en het energielabel dat geldt aan het einde van het verslagjaar. Vanaf 1 juli 2018 is het verplicht woningen aardgasvrij te bouwen. Gegevens beschikbaar: 2017 tot en met 2022. Status van de cijfers: Deze tabel wordt vanwege methodologische vernieuwingen niet meer geüpdatet. Gedurende de vernieuwing (er komen nog enkele nieuwe databronnen beschikbaar voor het bepalen van de hoofdverwarmingsinstallatie) worden de statistieken voor hoofdverwarmingsinstallaties gepubliceerd als ASD-tabellen. De cijfers voor 2022 en 2023* zijn te vinden op de maatwerkpagina. De cijfers voor 2021 worden niet meer geüpdatet en zijn daarmee definitief geworden. Zodra de methode geheel is vernieuwd, komt er een nieuwe Statlinetabel met regionale tijdreeksen volgens de vernieuwde methode. Wijzigingen per december 2024: Geen, deze tabel is stopgezet. Deze tabel wordt vanwege methodologische vernieuwingen niet meer geüpdatet. Wijziging per november 2024: De cijfers over 2021 zijn bijgesteld. Wijzigingen per november 2023: Bij enkele aandelen voor de jaren 2017, 2018 en 2019 was in de update van september 2023 op sommige plaatsen de ‘0’ uit het cijfer weggevallen. Het aandeel 10,1 was bijvoorbeeld foutief weergegeven als 1,1. Deze aandelen zijn gecorrigeerd. Wijzigingen per september 2023: De voorlopige cijfers over 2022 zijn toegevoegd. Cijfers over 2021 hebben de nader voorlopige status gekregen en 2020 cijfers zijn definitief geworden. Voor alle jaren is een nieuwe categorie “Totaal zonder gasverbruik (excl. onbekend)” toegevoegd. Dit is de sommatie van de categorieën “Stadsverwarming zonder gasverbruik” en “Elektrisch verwarmd zonder gasverbruik”, ofwel de aardgasvrije woningen. Wanneer komen er nieuwe cijfers? Zie "Status van de cijfers". 2. DEFINITIES EN VERKLARING VAN SYMBOLEN Definities: Particuliere woning: Verblijfsobject met minimaal een woonfunctie en eventueel één of meer andere gebruiksfuncties. Type hoofdverwarmingsinstallatie: Deze variabele beschrijft het type gasinstallatie dat de voornaamste bron voor ruimteverwarming is in de woning. Daarnaast geeft de variabele ook aan of er gas wordt gebruikt in de woning en met welk doel. Aardgasvrije woningen: Woningen ingedeeld bij stadsverwarming zonder gasverbruik en bij elektrisch verwarmd zonder gasverbruik zijn aardgasvrije woningen. Hybride warmtepompen: Hybride warmtepompen maken gebruik van gas om in koude maanden genoeg warmte te kunnen produceren. Bijverwarming bij stadsverwarming. Woningen met stadsverwarming verwarmen soms bij op gas in koude maanden met een individuele installatie zoals individuele cv of gaskachel of een collectieve aansluiting zoals blokcv. Verklaring van symbolen: niets (blanco) : het cijfer kan op logische gronden niet voorkomen . : het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim * : voorlopige cijfers ** : nader voorlopige cijfers In deze tabel wordt het symbool niets (blanco) ook gebruikt voor cellen die nihil zijn. 3. KOPPELINGEN NAAR RELEVANTE TABELLEN EN ARTIKELEN Relevante tabellen: Woningen; hoofdverwarmingsinstallaties, wijken en buurten, 2017 Woningen; hoofdverwarmingsinstallaties, wijken en buurten, 2018 Woningen; hoofdverwarmingsinstallaties, wijken en buurten, 2019 Woningen; hoofdverwarmingsinstallaties, wijken en buurten, 2020 Woningen; hoofdverwarmingsinstallaties, wijken en buurten, 2021 Woningen; hoofdverwarmingsinstallaties, wijken en buurten, 2022 Gegevens op wijk en buurt niveau over het energieverbruik van particuliere woningen zijn te vinden in de tabel: Energieverbruik particuliere woningen; woningtype, wijken en buurten. Gegevens op wijk en buurt niveau over het aantal woningen zijn te vinden in de tabel: Voorraad woningen; eigendom, type verhuurder, bewoning, regio Maatwerktabel Hoofdverwarmingsinstallaties- woningen 2022 en 2023 4. BRONNEN EN METHODEN De populatie in een verslagjaar bestaat uit woningen die op 1 januari tot de voorraad woningen in de Basisadministratie Adressen en Gebouwen wordt gerekend. Dit betekent dat nieuwbouw in het verslagjaar niet is meegenomen, maar woningen die gedurende het jaar worden gesloopt wel. In eerste instantie zijn woningen getypeerd naar type hoofdverwarmingsinstallatie op basis van informatie over woningen met een gecertificeerd energielabel in de energielabeldatabase. Uit de energielabeldatabase van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is daarvoor informatie over het geldende gecertificeerde energielabel op 31 december van het verslagjaar gekoppeld. Ook is gebruik gemaakt van het ISDE subsidie register om warmtepompen te identificeren. Niet alle warmtepompen kunnen echter geïdentificeerd worden, het aantal warmtepompen in Nederland kan daarom op geen enkele wijze herleid worden uit deze publicatie. Voor een groot deel van de woningen is geen informatie beschikbaar vanuit de energielabeldatabase of ISDE register. Voor deze woningen is de typering bepaald op basis van informatie over gasaansluitingen en leveringen gekoppeld vanuit de aansluitingenregisters van netbeheerders. Bij woningen die nieuw in de voorraad vanaf 2018 zijn gekomen, waar geen gasaansluiting is gevonden, geen indicatie van stadsverwarming, geen energielabel en geen indicatie van warmtepomp uit het isde register, wordt aangenomen dat deze woningen gebruik maken van een elektrische warmtepomp en aardgasvrij zijn. In de Statlinepublicaties op wijk en buurtniveau en op gemeente niveau en hoger wordt het percentage woningen per type gasinstallatie per regio getoond. De onderzoeksmethode van deze tabel is te vinden in de onderzoeksbeschrijving Aardgasvrije woningen. 5. MEER INFORMATIE Infoservice Copyright (c) Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen Verveelvoudiging is toegestaan, mits het CBS als bron wordt vermeld.
-
Onderwerpen
-
Woningen
Woningen zijn verblijfsobjecten in de Basisadministratie Adressen en Gebouwen met de gebruiksfunctie wonen. Naast de gebruiksfunctie wonen kan er nog sprake zijn van één of meer andere gebruiksfuncties. De populatie in een verslagjaar bestaat uit woningen die op 1 januari tot de voorraad woningen in de Basisadministratie Adressen en Gebouwen wordt gerekend. Dit betekend dat nieuwbouw in het verslagjaar niet is meegenomen, maar woningen die gedurende het jaar worden gesloopt wel.
-
-
Type verwarmingsinstallatie
-
Individuele cv
Dit zijn woningen die de ruimte verwarmen met een individuele gasgestookte cv-ketel of gaskachel. Deze woningen maken eventueel ook gebruik van gas voor warm water en/of koken. Deze woningen maken geen gebruik maken van stadsverwarming. Wel kan er in sommige gevallen een warmtepomp aanwezig zijn. Deze woningen hebben alleen individuele gasaansluitingen.
-
Blokverwarming
Blokverwarming op gas is een manier van verwarmen waarbij meerdere woningen verwarmd worden door een en dezelfde gasgestookte cv-ketel. Deze woningen maken eventueel ook gebruik van gas voor warm water en/of koken. De woningen maken geen gebruik van stadsverwarming. Wel kan er in sommige gevallen een warmtepomp aanwezig zijn. Deze woningen hebben collectieve gasaansluitingen die gedeeld worden met andere woningen, en eventueel ook eigen individuele gasaansluitingen.
-
Stadsverwarming met hoog gasverbruik
Deze woningen maken gebruik van stadsverwarming voor ruimteverwarming en eventueel ook voor warm water. Deze woningen maken daarnaast gebruik van bijverwarming op gas in koude maanden door middel van een individuele installatie zoals individuele cv of een collectieve installatie zoals blokverwarming. Dit is een relatief hoog gasverbruik. Deze woningen kunnen daarnaast ook nog gebruik maken van een warmtepomp.
-
Stadsverwarming met laag gasverbruik
Deze woningen maken gebruik van stadsverwarming voor ruimteverwarming en eventueel ook voor warm water. Deze woningen maken daarnaast gebruik van gas voor warm water en/of koken. Dit is een relatief gering gasverbruik. Ook kunnen deze woningen daarnaast nog gebruik maken van een warmtepomp.
-
Stadsverwarming zonder gasverbruik
Deze woningen maken gebruik van stadsverwarming voor ruimteverwarming en eventueel ook voor warm water. De woningen maken geen gebruik van gas voor warm water en/of koken. De woningen kunnen wel nog gebruik maken van een warmtepomp. De woningen hebben geen gasaansluiting, het zijn aardgasvrije woningen.
-
Elektrisch verwarmd met hoog gasverbruik
Dit zijn woningen die de ruimte verwarmen met een hybride warmtepomp. Naast elektriciteit wordt ook gas verbruikt voor ruimteverwarming. Ook kan eventueel gas verbruikt worden voor warm water en of koken. Dit is een relatief hoog gasverbruik. Woningen die ook gebruik maken van stadsverwarming zijn ingedeeld bij Stadsverwarming met hoog gasverbruik. Woningen met het hoofdtype verwarmingsinstallatie individuele cv, gaskachel of blokcv in het energielabel en een ISDE subsidie voor warmtepomp en een gaslevering >300m3 zijn ingedeeld bij individuele cv of blokverwarming.
-
Elektrisch verwarmd met laag gasverbruik
Dit zijn woningen die de ruimte verwarmen met een elektrische warmtepomp of elektrische verwarming. Er wordt gas verbruikt voor warm water en of koken. Dit is een relatief gering gasverbruik. Woningen die ook gebruik maken van stadsverwarming zijn ingedeeld bij Stadsverwarming met laag gasverbruik.
-
Elektrisch verwarmd zonder gasverbruik
Deze woningen maken gebruik van elektrische verwarming of warmtepomp voor ruimteverwarming en eventueel ook voor warm water. Deze woningen maken geen gebruik van gas voor warm water en/of koken en geen gebruik van stadsverwarming. Woningen die ook gebruik maken van stadsverwarming zijn ingedeeld bij Stadsverwarming zonder gasverbruik. Deze woningen hebben geen gasaansluiting, dit zijn aardgasvrije woningen.
-
Totaal zonder gasverbruik (ex. onbekend)
Dit is een subtotaal van de categorieën stadswarmte zonder gasverbruik en all electric zonder gasverbruik. Woningen met 'onbekend' hoofdverwarmingstype kunnen mogelijk zonder gas zijn, maar zijn niet meegenomen in deze categorie.
-
Type installaties onbekend
Woningen zonder energielabel, waar op basis van de klantenbestanden geen stadsverwarming is geïdentificeerd en geen gasaansluiting werd gevonden, en geen subsidie warmtepomp werd gekoppeld. Het type gasinstallatie kan voor deze woningen niet worden bepaald. Een deel van deze woningen is mogelijk aardgasvrij.
-
-
Perioden
-
2019
-
2020
-
2021
-
2022*
Voorlopige cijfers
-
-
Regio's
-
Nederland, Buitenland, Niet in te delen
Het totaal van Nederland (NL01), Buitenland (NL98) en Nederland; niet in te delen (NL99). Niet in te delen: door een gebrek aan informatie of door onjuiste informatie is een toedeling aan Nederland of Buitenland niet altijd mogelijk.
-
Groningen (PV)
PV = Provincie Bestuurlijke onderverdeling van het Nederlands grondgebied. Sinds het instellen van de provincie Flevoland per 1 januari 1986 telt Nederland 12 provincies.
-
Fryslân (PV)
PV = Provincie Bestuurlijke onderverdeling van het Nederlands grondgebied. Sinds het instellen van de provincie Flevoland per 1 januari 1986 telt Nederland 12 provincies.
-
Drenthe (PV)
PV = Provincie Bestuurlijke onderverdeling van het Nederlands grondgebied. Sinds het instellen van de provincie Flevoland per 1 januari 1986 telt Nederland 12 provincies.
-
Overijssel (PV)
PV = Provincie Bestuurlijke onderverdeling van het Nederlands grondgebied. Sinds het instellen van de provincie Flevoland per 1 januari 1986 telt Nederland 12 provincies.
-
Flevoland (PV)
PV = Provincie Bestuurlijke onderverdeling van het Nederlands grondgebied. Sinds het instellen van de provincie Flevoland per 1 januari 1986 telt Nederland 12 provincies.
-
Gelderland (PV)
PV = Provincie Bestuurlijke onderverdeling van het Nederlands grondgebied. Sinds het instellen van de provincie Flevoland per 1 januari 1986 telt Nederland 12 provincies.
-
Utrecht (PV)
PV = Provincie Bestuurlijke onderverdeling van het Nederlands grondgebied. Sinds het instellen van de provincie Flevoland per 1 januari 1986 telt Nederland 12 provincies.
-
Noord-Holland (PV)
PV = Provincie Bestuurlijke onderverdeling van het Nederlands grondgebied. Sinds het instellen van de provincie Flevoland per 1 januari 1986 telt Nederland 12 provincies.
-
Zuid-Holland (PV)
PV = Provincie Bestuurlijke onderverdeling van het Nederlands grondgebied. Sinds het instellen van de provincie Flevoland per 1 januari 1986 telt Nederland 12 provincies.
-
Zeeland (PV)
PV = Provincie Bestuurlijke onderverdeling van het Nederlands grondgebied. Sinds het instellen van de provincie Flevoland per 1 januari 1986 telt Nederland 12 provincies.
-
Noord-Brabant (PV)
PV = Provincie Bestuurlijke onderverdeling van het Nederlands grondgebied. Sinds het instellen van de provincie Flevoland per 1 januari 1986 telt Nederland 12 provincies.
-
Limburg (PV)
PV = Provincie Bestuurlijke onderverdeling van het Nederlands grondgebied. Sinds het instellen van de provincie Flevoland per 1 januari 1986 telt Nederland 12 provincies.
-
Niet in te delen (PV)
PV = Provincie Bestuurlijke onderverdeling van het Nederlands grondgebied. Sinds het instellen van de provincie Flevoland per 1 januari 1986 telt Nederland 12 provincies. Niet in te delen: door een gebrek aan informatie of door onjuiste informatie is een toedeling aan een bepaalde provincie niet altijd mogelijk.
-
Loppersum
Opgeheven per 01-01-2021 Begindatum voor 1830
-
Purmerend
Gemeentelijke herindeling per 01-01-2022 Begindatum voor 1830
-
Utrecht (gemeente)
Gemeentelijke herindeling per 01-01-2001 Begindatum voor 1830
-
Toon opties
Variabelen kunnen gesleept worden naar de kop, rijen of kolommen van de tabel. In de kop is maar één item van een variabele te selecteren.
| ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ||||||||||||
| Individuele cv | Blokverwarming | Stadsverwarming met hoog gasverbruik | Stadsverwarming met laag gasverbruik | Stadsverwarming zonder gasverbruik | Elektrisch verwarmd met hoog gasverbruik | Elektrisch verwarmd met laag gasverbruik | Elektrisch verwarmd zonder gasverbruik | Totaal zonder gasverbruik (ex. onbekend) | Type installaties onbekend | ||
| % | ||||||||||||
Nederland, Buitenland, Niet in te delen | 2019 | 84,2 | 5,7 | 0,4 | 0,6 | 5,2 | 0,6 | 0,0 | 0,8 | 6,0 | 2,5 | |
2020 | 83,8 | 5,8 | 0,4 | 0,7 | 5,4 | 0,8 | 0,0 | 1,1 | 6,5 | 2,0 | ||
2021 | 83,5 | 5,3 | 0,4 | 0,6 | 5,6 | 0,8 | 0,1 | 1,6 | 7,2 | 2,1 | ||
2022* | 82,4 | 5,0 | 0,3 | 0,6 | 5,8 | 1,0 | 0,1 | 2,3 | 8,1 | 2,5 | ||
Groningen (PV) | 2019 | 89,1 | 5,8 | 0,4 | 0,1 | 0,7 | 0,5 | 0,0 | 1,0 | 1,7 | 2,4 | |
2020 | 88,3 | 6,1 | 0,4 | 0,1 | 0,8 | 0,9 | 0,0 | 1,3 | 2,1 | 2,2 | ||
2021 | 87,7 | 5,6 | 0,3 | 0,1 | 1,3 | 1,0 | 0,1 | 1,9 | 3,2 | 2,1 | ||
2022* | 86,4 | 5,2 | 0,2 | 0,1 | 1,4 | 1,3 | 0,1 | 2,9 | 4,2 | 2,3 | ||
Fryslân (PV) | 2019 | 91,6 | 3,6 | 0,1 | 0,0 | 0,7 | 0,5 | 0,0 | 1,0 | 1,7 | 2,4 | |
2020 | 91,0 | 3,8 | 0,1 | 0,0 | 0,7 | 0,6 | 0,1 | 1,7 | 2,4 | 1,9 | ||
2021 | 90,6 | 3,6 | 0,1 | 0,0 | 0,7 | 0,7 | 0,1 | 2,2 | 2,9 | 2,0 | ||
2022* | 89,3 | 3,5 | 0,1 | 0,0 | 0,7 | 0,9 | 0,1 | 2,9 | 3,7 | 2,3 | ||
Drenthe (PV) | 2019 | 92,9 | 3,5 | 0,0 | 0,0 | 0,2 | 0,6 | 0,0 | 0,7 | 0,9 | 2,1 | |
2020 | 92,5 | 3,8 | 0,0 | 0,0 | 0,2 | 0,8 | 0,1 | 1,1 | 1,3 | 1,5 | ||
2021 | 92,0 | 3,6 | 0,0 | 0,0 | 0,2 | 0,8 | 0,1 | 1,6 | 1,9 | 1,5 | ||
2022* | 90,8 | 3,5 | 0,0 | 0,0 | 0,3 | 1,0 | 0,1 | 2,4 | 2,7 | 1,8 | ||
Overijssel (PV) | 2019 | 88,6 | 3,9 | 0,5 | 0,5 | 2,5 | 0,6 | 0,0 | 0,6 | 3,1 | 2,9 | |
2020 | 88,2 | 4,1 | 0,5 | 0,5 | 2,5 | 0,8 | 0,0 | 1,1 | 3,5 | 2,3 | ||
2021 | 87,6 | 3,9 | 0,5 | 0,5 | 2,5 | 0,9 | 0,1 | 1,6 | 4,1 | 2,4 | ||
2022* | 86,6 | 3,7 | 0,5 | 0,5 | 2,5 | 1,1 | 0,1 | 2,3 | 4,8 | 2,6 | ||
Flevoland (PV) | 2019 | 64,0 | 1,0 | 0,1 | 0,0 | 32,9 | 0,3 | 0,0 | 0,6 | 33,5 | 1,0 | |
2020 | 63,7 | 1,0 | 0,1 | 0,0 | 32,9 | 0,3 | 0,0 | 1,0 | 33,9 | 0,9 | ||
2021 | 63,1 | 0,9 | 0,1 | 0,0 | 32,8 | 0,4 | 0,0 | 1,7 | 34,5 | 0,9 | ||
2022* | 61,9 | 0,8 | 0,1 | 0,0 | 32,7 | 0,5 | 0,1 | 2,8 | 35,5 | 1,1 | ||
Gelderland (PV) | 2019 | 87,6 | 4,1 | 0,3 | 0,2 | 3,3 | 0,7 | 0,0 | 0,7 | 4,0 | 3,0 | |
2020 | 87,3 | 4,3 | 0,3 | 0,2 | 3,4 | 0,9 | 0,1 | 1,0 | 4,5 | 2,4 | ||
2021 | 86,9 | 3,9 | 0,3 | 0,2 | 3,6 | 1,0 | 0,1 | 1,6 | 5,2 | 2,4 | ||
2022* | 85,8 | 3,6 | 0,3 | 0,2 | 3,8 | 1,2 | 0,1 | 2,3 | 6,1 | 2,7 | ||
Utrecht (PV) | 2019 | 78,8 | 5,0 | 0,6 | 1,7 | 10,2 | 0,5 | 0,0 | 0,9 | 11,1 | 2,2 | |
2020 | 78,3 | 5,2 | 0,6 | 1,7 | 10,4 | 0,6 | 0,0 | 1,3 | 11,7 | 1,8 | ||
2021 | 77,7 | 4,7 | 0,6 | 1,6 | 10,7 | 0,7 | 0,1 | 2,0 | 12,7 | 1,9 | ||
2022* | 76,8 | 4,3 | 0,4 | 1,5 | 11,1 | 0,8 | 0,1 | 2,8 | 13,9 | 2,1 | ||
Noord-Holland (PV) | 2019 | 82,8 | 6,1 | 0,6 | 0,8 | 6,3 | 0,5 | 0,0 | 0,6 | 6,9 | 2,3 | |
2020 | 82,0 | 6,2 | 0,7 | 0,9 | 6,8 | 0,6 | 0,0 | 0,9 | 7,6 | 2,0 | ||
2021 | 81,8 | 5,7 | 0,6 | 0,9 | 7,0 | 0,6 | 0,1 | 1,2 | 8,2 | 2,1 | ||
2022* | 80,3 | 5,4 | 0,5 | 0,9 | 7,5 | 0,7 | 0,1 | 1,7 | 9,3 | 2,8 | ||
Zuid-Holland (PV) | 2019 | 79,3 | 9,6 | 0,4 | 0,8 | 6,2 | 0,6 | 0,0 | 0,7 | 6,9 | 2,3 | |
2020 | 78,9 | 9,6 | 0,5 | 0,9 | 6,4 | 0,8 | 0,0 | 0,9 | 7,3 | 2,0 | ||
2021 | 79,1 | 8,6 | 0,4 | 0,9 | 6,6 | 0,8 | 0,0 | 1,4 | 8,1 | 2,1 | ||
2022* | 78,5 | 7,9 | 0,3 | 0,9 | 6,8 | 0,9 | 0,1 | 2,1 | 8,9 | 2,6 | ||
Zeeland (PV) | 2019 | 91,3 | 3,3 | 0,0 | 0,0 | 0,4 | 0,7 | 0,1 | 1,0 | 1,4 | 3,2 | |
2020 | 91,1 | 3,6 | 0,0 | 0,0 | 0,4 | 0,8 | 0,1 | 1,4 | 1,8 | 2,4 | ||
2021 | 90,9 | 3,3 | 0,0 | 0,0 | 0,4 | 0,9 | 0,1 | 2,1 | 2,5 | 2,3 | ||
2022* | 90,0 | 3,2 | 0,0 | 0,0 | 0,4 | 1,1 | 0,2 | 2,8 | 3,2 | 2,4 | ||
Noord-Brabant (PV) | 2019 | 85,9 | 3,8 | 0,4 | 0,8 | 4,7 | 0,8 | 0,0 | 1,0 | 5,7 | 2,6 | |
2020 | 85,6 | 4,1 | 0,5 | 0,8 | 4,6 | 0,9 | 0,1 | 1,5 | 6,2 | 1,9 | ||
2021 | 85,2 | 3,7 | 0,4 | 0,7 | 4,7 | 1,0 | 0,1 | 2,2 | 6,9 | 1,9 | ||
2022* | 84,1 | 3,5 | 0,4 | 0,7 | 4,8 | 1,2 | 0,1 | 3,0 | 7,9 | 2,1 | ||
Limburg (PV) | 2019 | 89,0 | 5,4 | 0,1 | 0,1 | 1,0 | 0,7 | 0,0 | 0,6 | 1,6 | 3,2 | |
2020 | 89,0 | 5,7 | 0,1 | 0,1 | 1,0 | 0,8 | 0,1 | 0,7 | 1,8 | 2,6 | ||
2021 | 88,8 | 5,3 | 0,1 | 0,1 | 1,0 | 0,8 | 0,1 | 1,1 | 2,2 | 2,7 | ||
2022* | 88,1 | 4,9 | 0,1 | 0,1 | 1,0 | 1,1 | 0,1 | 1,7 | 2,7 | 2,9 | ||
Niet in te delen (PV) | 2019 | |||||||||||
2020 | 30,0 | 1,4 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 30,0 | 30,0 | 38,6 | ||
2021 | 27,8 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 16,7 | 16,7 | 55,6 | ||
2022* | 7,7 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 23,1 | 23,1 | 69,2 | ||
Loppersum | 2019 | 86,2 | 2,8 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,6 | 0,0 | 5,9 | 5,9 | 4,5 | |
2020 | 84,1 | 3,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,8 | 0,1 | 6,4 | 6,4 | 5,7 | ||
2021 | ||||||||||||
2022* | ||||||||||||
Purmerend | 2019 | 27,8 | 1,7 | 4,1 | 3,0 | 62,8 | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 62,9 | 0,5 | |
2020 | 27,4 | 1,9 | 3,8 | 2,6 | 63,4 | 0,1 | 0,0 | 0,3 | 63,7 | 0,4 | ||
2021 | 27,2 | 1,9 | 2,7 | 3,0 | 64,1 | 0,1 | 0,0 | 0,4 | 64,5 | 0,6 | ||
2022* | 33,1 | 1,8 | 2,1 | 1,8 | 59,3 | 0,2 | 0,0 | 0,8 | 60,1 | 0,8 | ||
Utrecht (gemeente) | 2019 | 63,6 | 2,4 | 1,6 | 6,4 | 22,7 | 0,3 | 0,0 | 1,1 | 23,8 | 2,0 | |
2020 | 62,5 | 2,7 | 1,5 | 6,3 | 23,6 | 0,3 | 0,0 | 1,5 | 25,1 | 1,7 | ||
2021 | 61,2 | 2,6 | 1,3 | 6,0 | 24,5 | 0,3 | 0,0 | 2,2 | 26,7 | 1,9 | ||
2022* | 59,7 | 2,4 | 1,1 | 5,6 | 25,7 | 0,4 | 0,0 | 2,8 | 28,5 | 2,3 | ||
Bron: CBS