Bbp, productie en bestedingen; kwartalen, waarden, nationale rekeningen
Gewijzigd op: 7 april 2026
- Lijngrafiek
- Verticale staaf
- Horizontale staaf
- Let op: selectie wordt aangepast
Grafische presentatie
Delen
Gekopieerd naar klembord
- Tabeltoelichting
- Onderwerpen/classificaties
Tabelinformatie
Bbp, productie en bestedingen; kwartalen, waarden, nationale rekeningen
INHOUDSOPGAVE 1. Toelichting 2. Definities en verklaring van symbolen 3. Koppelingen naar relevante tabellen en artikelen 4. Bronnen en methoden 5. Meer informatie 1. TOELICHTING Deze tabel bevat kwartaal- en jaargegevens over de productiecomponenten, de bestedingencategorieën en de inkomensbestanddelen van het bruto binnenlands product van Nederland. De volumeontwikkeling van het bruto binnenlands product is de maatstaf voor de economische groei van een land. Het is in de nationale rekeningen en dus ook in de kwartaalrekeningen gebruikelijk om het bruto binnenlands product vanuit drie gezichtspunten te benaderen, vanuit de productie, vanuit de bestedingen en vanuit het inkomen. Daarnaast wordt in deze tabel ook de opbouw van het nationaal vorderingensaldo vanuit het bbp weergegeven en zijn er detailgegevens van variabelen uit de eerste vier onderwerpen beschikbaar. Deze zijn te vinden onder Aanvullende detailgegevens. Gegevens beschikbaar vanaf 1995. Status van de cijfers: De jaargegevens in de periode 1995-2023 zijn definitief. Kwartaalgegevens vanaf 2023 hebben de status voorlopig. Correctie per 3 april 2026: Jaartotaal voor 2025 met betrekking tot beloning van werknemers is aangepast, omdat deze niet overeenkwamen met de som van de kwartalen. Correctie per 26 september 2025: In de vorige versie werden onjuiste seizoengecorrigeerde cijfers van de beloning van werknemers opgenomen in deze tabel. In deze versie is dat hersteld. Wanneer komen er nieuwe cijfers? De resultaten van de eerste berekening, de zogenoemde flashraming, worden binnen 30 dagen na afloop van een verslagkwartaal bekend gemaakt. Vervolgens wordt 85 dagen na afloop van het kwartaal de reguliere raming gepubliceerd. Bij de tweede raming van het vierde kwartaal worden de gegevens van de voorgaande drie kwartalen van dat jaar herzien. Als in juni (nieuwe) jaarcijfers beschikbaar komen, dan worden de kwartaalcijfers opnieuw herzien zodat ze aansluiten op die jaarcijfers. Hiernaast kunnen er tussentijdse actualisaties plaatsvinden om eind maart en eind september de meest actuele gegevens over de overheid aan de Europese Commissie te verstrekken. De gegevens over de kwartalen worden aangesloten op de bijgestelde jaarcijfers. 2. DEFINITIES EN VERKLARING VAN SYMBOLEN Definities: Het bruto binnenlands product (bbp) Het bruto binnenlands product (bbp) is een maat voor de omvang van de economie. De verandering van het volume van het bbp in een bepaalde tijdsperiode is een maat voor de groei (of krimp) van de economie. Het bruto binnenlands product tegen marktprijzen is het eindresultaat van de productieve activiteiten van ingezeten productie-eenheden. Het kan op drie manieren worden gedefinieerd: - vanuit het oogpunt van de productie: het bbp is de som van de bruto toegevoegde waarde van alle institutionele sectoren of bedrijfstakken en het saldo van productgebonden belastingen en subsidies (die niet aan sectoren en bedrijfstakken worden toegerekend). Het is eveneens de sluitpost van de productierekening van de totale economie; - vanuit het oogpunt van de bestedingen: het bbp is de som van de finale bestedingen aan goederen en diensten door ingezeten institutionele eenheden (consumptie en bruto-investeringen) en het saldo van uitvoer en invoer van goederen en diensten; - vanuit het oogpunt van het inkomen: het bbp is de som van de bestedingen in de inkomensvormingsrekening van de totale economie (beloning van werknemers, belastingen op productie en invoer exclusief subsidies, bruto-exploitatieoverschot en gemengd inkomen van de totale economie). Door het bbp te verminderen met het verbruik van vaste activa, wordt het netto binnenlands product (nbp) tegen marktprijzen verkregen. Nationaal vorderingen saldo Het nationaal vorderingensaldo is het saldo van middelen en bestedingen op de lopende rekening en de kapitaalrekening van de gezamenlijke binnenlandse sectoren. In de financiële rekening van Nederland geeft het saldo aan voor welk bedrag nieuwe leningen zijn aangegaan met het buitenland en/of financiële activa zijn verkocht (bij een tekort) of voor welk bedrag schulden zijn afgelost aan het buitenland en/of financiële activa zijn gekocht (bij een overschot). Het vorderingensaldo is dan ook in theorie gelijk aan de mutatie van de saldo van vorderingen en schulden ten opzichte van het buitenland. In praktijk bestaat er echter een statistisch verschil tussen die twee. Seizoencorrectie Om een zo goed mogelijk beeld te geven van de conjuncturele stand van zaken wordt de groei voor een aantal variabelen ten opzichte van het voorgaande kwartaal berekend. Hierbij wordt standaard gecorrigeerd voor seizoen- en eventuele werkdageffecten. Bij het uitkomen van nieuwe kwartaalcijfers wordt deze seizoen- en werkdagcorrectie steeds opnieuw doorgerekend. Dit leidt doorgaans tot geringe bijstellingen van eerder geraamde cijfers, maar incidenteel tot meer substantiële bijstellingen. Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008): De Nederlandse hiërarchische indeling van economische activiteiten die door het CBS wordt gebruikt om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit. De SBI 2008 is de versie die vanaf 2008 gebruikt wordt. 'Bedrijfstak' of 'branche' zijn gangbare termen voor groepen van bedrijven met dezelfde hoofdactiviteit. Het CBS hanteert voor de indeling van bedrijven naar hoofdactiviteit de zogenoemde Standaard Bedrijfsindeling (SBI). Bedrijven in een bedrijfstak of branche kunnen naast deze activiteit ook andere activiteiten (nevenactiviteiten) uitoefenen. De SBI 2008 kent meerdere niveaus die aangegeven worden door maximaal vijf cijfers. Het niveau van vier cijfers komt vrijwel overeen met de indeling van de Europese Unie (NACE). De eerste twee cijfers komen overeen met die van de indeling van Verenigde Naties (ISIC). Verklaring van symbolen: niets (blanco) : het cijfer kan op logische gronden niet voorkomen . : het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim * : voorlopige cijfers ** : nader voorlopige cijfers 3. KOPPELINGEN NAAR RELEVANTE TABELLEN EN ARTIKELEN Relevante tabellen: Deze tabel bevat gegevens die aansluiten op de meest recente revisie van de nationale rekeningen. Gegevens vóór revisie zijn te vinden in tabel Bbp, productie en bestedingen; kwartalen, waarden, na, 1995 - 2024-I. Relevante artikelen: Informatie over de revisie 2021 van de nationale rekeningen. Informatie over de update Statlinetabellen van de nationale rekeningen na revisie 2021. Informatie over het publicatie- en revisiebeleid en de bijstellingen van de nationale rekeningen. Meer informatie is te vinden op de themapagina Macro-economie. 4. BRONNEN EN METHODEN De onderzoeksmethode van deze tabel is te vinden in de onderzoeksbeschrijving kwartaalrekeningen. 5. MEER INFORMATIE Infoservice Copyright (c) Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen Verveelvoudiging is toegestaan, mits CBS als bron wordt vermeld.
-
Onderwerpen
-
Opbouw bbp vanuit de finale bestedingen
De opbouw van het bruto binnenlands product vanuit de productie. Dit is gelijk aan de som van de toegevoegde waarde van alle bedrijfstakken (inclusief niet-commerciële). De toegevoegde waarde wordt geregistreerd tegen basisprijzen. Om uit te komen op het bbp tegen marktprijzen moet het saldo van productgebonden belastingen en subsidies en verschil tussen toegerekende en afgedragen btw erbij worden opgeteld. De belastingen en subsidies hebben betrekking op zowel geproduceerde als ingevoerde goederen en diensten. Voorbeelden hiervan zijn btw en invoerheffingen.
-
Beschikbaar voor finale bestedingen
Het binnenlands product (bruto, marktprijzen) plus de invoer van goederen en diensten.
-
Totaal
-
Bruto binnenlands product
Het bruto binnenlands product (bbp) is een maat voor de omvang van de economie. De verandering van het volume van het bbp in een bepaalde tijdsperiode is een maat voor de groei (of krimp) van de economie. Het bruto binnenlands product tegen marktprijzen is het eindresultaat van de productieve activiteiten van ingezeten productie-eenheden. Het kan op drie manieren worden gedefinieerd: - vanuit het oogpunt van de productie: het bbp is de som van de bruto toegevoegde waarde van alle institutionele sectoren of bedrijfstakken en het saldo van productgebonden belastingen en subsidies (die niet aan sectoren en bedrijfstakken worden toegerekend). Het is eveneens de sluitpost van de productierekening van de totale economie; - vanuit het oogpunt van de bestedingen: het bbp is de som van de finale bestedingen aan goederen en diensten door ingezeten institutionele eenheden (consumptie en bruto-investeringen) en het saldo van uitvoer en invoer van goederen en diensten; - vanuit het oogpunt van het inkomen: het bbp is de som van de bestedingen in de inkomensvormingsrekening van de totale economie (beloning van werknemers, belastingen op productie en invoer exclusief subsidies, bruto-exploitatieoverschot en gemengd inkomen van de totale economie). Door het bbp te verminderen met het verbruik van vaste activa, wordt het netto binnenlands product (nbp) tegen marktprijzen verkregen.
-
Invoer van goederen en diensten
De goederen- en dienstenstromen (verkoop, ruil en giften) van niet-ingezetenen naar ingezetenen (in Nederland). Invoer van goederen vindt plaats wanneer de economische eigendom van goederen door een niet-ingezetene wordt overgedragen aan een ingezetene, ongeacht of er sprake is van een fysieke grensoverschrijdende goederenbeweging. Een bedrijf of instantie wordt als hier ingezetene beschouwd wanneer het minimaal een jaar in Nederland actief is. Of dit bedrijf of deze instantie in buitenlandse handen is, doet niet ter zake.
-
Totaal
-
Goederen
De goederenstromen (verkoop, ruil en giften) van niet-ingezetenen naar ingezetenen (in Nederland). Invoer van goederen vindt plaats wanneer de economische eigendom van goederen door een niet-ingezetene wordt overgedragen aan een ingezetene, ongeacht of er sprake is van een fysieke grensoverschrijdende goederenbeweging. Een bedrijf of instantie wordt als hier ingezetene beschouwd wanneer het minimaal een jaar in Nederland actief is. Of dit bedrijf of deze instantie in buitenlandse handen is, doet niet ter zake. Tot de invoer behoren ook voor verwerking in het productieproces benodigde grondstoffen, halffabricaten, brandstoffen en voor investeringen bestemde vaste activa. De goedereninvoer omvat verder goederen die, na hooguit een kleine bewerking te hebben ondergaan, weer zijn uitgevoerd (wederuitvoer).
-
Diensten
De dienstenstromen (verkoop, ruil en giften) van niet-ingezetenen naar ingezetenen (in Nederland). De invoer van diensten heeft onder meer betrekking op de uitgaven van ingezeten bedrijven in het buitenland, zoals vervoersdiensten, bankdiensten en zakelijke diensten. Bij de overheid gaat het onder meer om uitgaven van Nederlandse ambassades en consulaten in het buitenland. De invoer door huishoudens bestaat uit uitgaven van ingezetenen in het buitenland.
-
-
-
Finale bestedingen
Het totaal van consumptieve bestedingen, investeringen in vaste activa (bruto), veranderingen in voorraden en uitvoer.
-
Totaal
-
Nationale finale bestedingen
Binnenlandse finale bestedingen die bestaan uit de consumptieve bestedingen van huishoudens en de overheid, de bruto investeringen in vaste activa (bruto) en de voorraadvorming.
-
Totaal
-
Consumptieve bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens, izw's t.b.v. huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, izw's t.b.v. huishoudens en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de (overheids-)consumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
-
Totaal
-
Huishoudens
Uitgaven aan goederen en diensten die door de sector huishoudens en de sector instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (IZWh's) worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van hun behoeften. Tot de consumptieve bestedingen door huishoudens behoren de volgende grensgevallen: - inkomen in natura zoals huisvesting, voeding en kleding en de auto van de zaak - diensten van woningen die door de eigenaar zelf worden bewoond en waarbij dus geen sprake is van werkelijk betaalde huur. Deze diensten zijn gewaardeerd met behulp van de huurprijzen voor vergelijkbare woningen - producten die voor eigen gebruik zijn geproduceerd, bijvoorbeeld in de landbouw. De waarde ervan is gelijk aan de marktprijs voor deze of vergelijkbare producten - duurzame consumptiegoederen, zoals personenauto's, huishoudelijke apparaten, meubilair en kleding. De aankoop door particulieren van woningen wordt echter gerekend tot de investeringen in vaste activa van huishoudens. Niet alle bestedingen door huishoudens worden als consumptie gezien, huishoudens kunnen ook investeren. Dit betreft met name de aanschaf van een eigen woning en grote werkzaamheden hieraan, zoals verbouwingen en buitenschilderwerk. Kleine reparaties, schilderwerk binnen en de aanschaf van meubelen vallen wel onder consumptie. Ook de aanschaf van een auto en auto-reparaties worden als consumptie gezien. De consumptieve bestedingen door instellingen zonder winstoogmerk (izw's) ten behoeve van huishoudens omvatten de niet-marktproductie van deze sector met uitzondering van de investeringen in eigen beheer. De detailgegevens over de consumptieve bestedingen betreffen de binnenlandse particuliere consumptieve bestedingen. Hieronder vallen de consumptieve bestedingen in Nederland, ongeacht het ingezetenschap van de consument. Hieruit kunnen de consumptieve bestedingen door huishoudens worden afgeleid door de consumptie door niet-ingezetenen in Nederland in mindering te brengen en te registreren als uitvoer en de consumptie door ingezetenen in het buitenland erbij te tellen en te registreren als invoer.
-
Overheid
Consumptieve bestedingen door de sector overheid. De productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Naast de consumptie van eigen productie bevat de consumptie door de overheid ook bij marktproducenten aangekochte goederen en diensten die door de overheid, direct of indirect, in het kader van sociaal beleid gratis aan gezinnen worden verstrekt ('sociale uitkeringen in natura'). Voorbeelden hiervan zijn de basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en de huurtoeslag. De consumptie van eigen productie is op te splitsen in collectieve overheidsconsumptie en individualiseerbare overheidsconsumptie. De collectieve overheidsconsumptie betreft de uitgaven door de overheid voor collectief gebruikte diensten die worden verleend aan alle leden van de samenleving, bijvoorbeeld uitgaven voor defensie, milieubescherming of openbaar bestuur. De individualiseerbare overheidsconsumptie betreft uitgaven die zijn toe te rekenen aan specifieke delen van de samenleving. Hierbij gaat het voornamelijk om uitgaven aan onderwijs.
-
-
Bruto investeringen in vaste activa
Uitgaven aan productiemiddelen die langer dan één jaar worden ingezet tijdens een productieproces. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om een gebouw, woning, vervoermiddel of een machine. Dit in tegenstelling tot goederen of diensten die tijdens het productieproces worden opgebruikt, zoals ijzererts, het intermediair verbruik. Vaste activa kunnen in de loop der jaren in waarde verminderen door slijtage of omdat bijvoorbeeld de techniek veroudert (economische veroudering). Dit wordt verbruik van vaste activa genoemd (ook wel afschrijvingen genoemd). Bij bruto-investeringen zijn deze niet afgehaald van de waarde van de investeringen, bij netto-investeringen is dit wel het geval. De volgende investeringsgoederen worden onderscheiden: bouwwerken, vervoermiddelen, machines en installaties, telecommunicatieapparatuur, wapensystemen (inbegrepen bij machines), computers, software, onderzoek en ontwikkeling, in cultuur gebrachte activa (bv. vee en bomen), exploratie en evaluatie van minerale reserves, kosten van eigendomsoverdracht voor niet-geproduceerde activa en intellectuele-eigendommen.
-
Totaal
-
Bedrijven en huishoudens
Investeringen in vaste activa door vennootschappen (deel uitmakend van de sector niet-financiële ondernemingen of de sector financiële instellingen) en de sector huishoudens inclusief de sector instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (IZWh's ). De investeringen van huishoudens betreffen bijvoorbeeld die aan een eigen woning, maar ook de investeringen van zelfstandigen.
-
Overheid
Investeringen in vaste activa door de sector overheid. Het betreft hier voor een groot deel investeringen in infrastructurele werken, maar ook investeringen in onderzoek en ontwikkeling, en wapensystemen.
-
-
Verandering in voorraden
Verandering in voorraden inclusief saldo aan- en verkopen van kostbaarheden. Veranderingen in de grondstoffen, halffabricaten, onderhanden werk (onvoltooide producten zoals schepen of machines) en eindproducten die bij de producenten aanwezig zijn en veranderingen in handelsvoorraden. Onderhanden werk in de bouw worden niet tot de voorraadvorming gerekend. Positieve veranderingen in de voorraden ontstaan wanneer in het verslagjaar goederen zijn geproduceerd, die nog niet zijn verkocht. Ook ontstaan toevoegingen aan voorraden wanneer goederen in het verslagjaar zijn gekocht, maar nog niet in het productieproces verbruikt of, in het geval van de handel, verkocht. Negatieve veranderingen in voorraden ontstaan wanneer goederen aan bestaande voorraden worden onttrokken om verkocht of in het productieproces verbruikt te worden. De waardering van de veranderingen in voorraden gebeurt zodanig, dat er geen winsten of verliezen op voorraden door prijsveranderingen ontstaan. Beginvoorraad en eindvoorraad van elk goed worden voor dit doel tegen dezelfde prijs gewaardeerd, namelijk grondstoffen tegen de in de periode geldende gemiddelde inkoopprijs, eindproducten tegen de gemiddelde verkoopprijs en het onderhanden werk tegen de gemiddelde kostprijs. Kostbaarheden zijn niet-financiële goederen die niet hoofdzakelijk voor productieve of consumptieve doeleinden worden gebruikt, die onder normale omstandigheden niet aan slijtage onderhevig zijn en die vooral als beleggingsobject worden verworven en bewaard.
-
-
Uitvoer van goederen en diensten
De goederen- en dienstenstromen (verkoop, ruil en giften) van ingezetenen (in Nederland) naar niet-ingezetenen. Uitvoer van goederen vindt plaats wanneer het economisch eigendom van goederen door een ingezetene wordt overgedragen aan een niet-ingezetene, ongeacht of er sprake is van een fysieke grensoverschrijdende goederenbeweging. Een bedrijf of instantie wordt als hier ingezetene beschouwd wanneer het minimaal een jaar in Nederland actief is. Of dit bedrijf of deze instantie in buitenlandse handen is, doet niet ter zake.
-
Totaal
-
Goederen
De goederenstromen (verkoop, ruil en giften) van ingezetenen (in Nederland) naar niet-ingezetenen. Uitvoer van goederen vindt plaats wanneer het economisch eigendom van goederen door een ingezetene wordt overgedragen aan een niet-ingezetene, ongeacht of er sprake is van een fysieke grensoverschrijdende goederenbeweging. Een bedrijf of instantie wordt als hier ingezetene beschouwd wanneer het minimaal een jaar in Nederland actief is. Of dit bedrijf of deze instantie in buitenlandse handen is, doet niet ter zake. De goederenuitvoer omvat ook wederuitvoer, eerder ingevoerde goederen die weer zijn uitgevoerd, na hooguit een kleine bewerking te hebben ondergaan.
-
Diensten
De dienstenstromen (verkoop, ruil en giften) van ingezetenen (in Nederland) naar niet-ingezetenen. De uitvoer van diensten omvat onder meer de diensten van Nederlandse vervoerbedrijven in het buitenland, aan het buitenland bewezen havendiensten, scheepsreparatie en de uitvoering van werken in het buitenland door Nederlandse aannemers. Onder de uitvoer van diensten vallen eveneens de bestedingen door niet-ingezetenen in Nederland.
-
-
-
-
-
Soort gegevens
-
Prijsniveau 2021
De bedragen in miljoenen euro's zijn volume kettingcijfers uitgedrukt in prijzen van het referentiejaar 2021.
-
Werkelijke prijzen
Waarde in werkelijke prijzen, uitgedrukt in miljoenen euro's.
-
-
Perioden
-
2024 1e kwartaal*
Voorlopige cijfers
-
2024 2e kwartaal*
Voorlopige cijfers
-
2024 3e kwartaal*
Voorlopige cijfers
-
2024 4e kwartaal*
Voorlopige cijfers
-
2024*
Voorlopige cijfers
-
2025 1e kwartaal*
Voorlopige cijfers
-
2025 2e kwartaal*
Voorlopige cijfers
-
2025 3e kwartaal*
Voorlopige cijfers
-
2025 4e kwartaal*
Voorlopige cijfers
-
2025*
Voorlopige cijfers
-
Toon opties
Perioden
2025*
Onderwerp
Opbouw bbp vanuit de finale bestedingenBeschikbaar voor finale bestedingenTotaal
Beschikbaar voor finale bestedingen
Totaal
Opbouw bbp vanuit de finale bestedingenBeschikbaar voor finale bestedingenBruto binnenlands product
Beschikbaar voor finale bestedingen
Bruto binnenlands product
Opbouw bbp vanuit de finale bestedingenBeschikbaar voor finale bestedingenInvoer van goederen en dienstenTotaal
Beschikbaar voor finale bestedingen
Invoer van goederen en diensten
Totaal
Opbouw bbp vanuit de finale bestedingenBeschikbaar voor finale bestedingenInvoer van goederen en dienstenGoederen
Beschikbaar voor finale bestedingen
Invoer van goederen en diensten
Goederen
Opbouw bbp vanuit de finale bestedingenBeschikbaar voor finale bestedingenInvoer van goederen en dienstenDiensten
Beschikbaar voor finale bestedingen
Invoer van goederen en diensten
Diensten
Opbouw bbp vanuit de finale bestedingenFinale bestedingenTotaal
Finale bestedingen
Totaal
Opbouw bbp vanuit de finale bestedingenFinale bestedingenNationale finale bestedingenTotaal
Finale bestedingen
Nationale finale bestedingen
Totaal
Opbouw bbp vanuit de finale bestedingenFinale bestedingenNationale finale bestedingenConsumptieve bestedingenTotaal
Finale bestedingen
Nationale finale bestedingen
Consumptieve bestedingen
Totaal
Opbouw bbp vanuit de finale bestedingenFinale bestedingenNationale finale bestedingenConsumptieve bestedingenHuishoudens
Finale bestedingen
Nationale finale bestedingen
Consumptieve bestedingen
Huishoudens
Opbouw bbp vanuit de finale bestedingenFinale bestedingenNationale finale bestedingenConsumptieve bestedingenOverheid
Finale bestedingen
Nationale finale bestedingen
Consumptieve bestedingen
Overheid
Opbouw bbp vanuit de finale bestedingenFinale bestedingenNationale finale bestedingenBruto investeringen in vaste activaTotaal
Finale bestedingen
Nationale finale bestedingen
Bruto investeringen in vaste activa
Totaal
Opbouw bbp vanuit de finale bestedingenFinale bestedingenNationale finale bestedingenBruto investeringen in vaste activaBedrijven en huishoudens
Finale bestedingen
Nationale finale bestedingen
Bruto investeringen in vaste activa
Bedrijven en huishoudens
Opbouw bbp vanuit de finale bestedingenFinale bestedingenNationale finale bestedingenBruto investeringen in vaste activaOverheid
Finale bestedingen
Nationale finale bestedingen
Bruto investeringen in vaste activa
Overheid
Opbouw bbp vanuit de finale bestedingenFinale bestedingenNationale finale bestedingenVerandering in voorraden
Finale bestedingen
Nationale finale bestedingen
Verandering in voorraden
Opbouw bbp vanuit de finale bestedingenFinale bestedingenUitvoer van goederen en dienstenTotaal
Finale bestedingen
Uitvoer van goederen en diensten
Totaal
Opbouw bbp vanuit de finale bestedingenFinale bestedingenUitvoer van goederen en dienstenGoederen
Finale bestedingen
Uitvoer van goederen en diensten
Goederen
Opbouw bbp vanuit de finale bestedingenFinale bestedingenUitvoer van goederen en dienstenDiensten
Finale bestedingen
Uitvoer van goederen en diensten
Diensten
Variabelen kunnen gesleept worden naar de kop, rijen of kolommen van de tabel. In de kop is maar één item van een variabele te selecteren.
| ||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Prijsniveau 2021 | Werkelijke prijzen | ||||||||||||||||||||
2024 1e kwartaal* | 2024 2e kwartaal* | 2024 3e kwartaal* | 2024 4e kwartaal* | 2024* | 2025 1e kwartaal* | 2025 2e kwartaal* | 2025 3e kwartaal* | 2025 4e kwartaal* | 2025* | 2024 1e kwartaal* | 2024 2e kwartaal* | 2024 3e kwartaal* | 2024 4e kwartaal* | 2024* | 2025 1e kwartaal* | 2025 2e kwartaal* | 2025 3e kwartaal* | 2025 4e kwartaal* | 2025* | |||
Opbouw bbp vanuit de finale bestedingen Beschikbaar voor finale bestedingen Totaal | mln euro | 391 851 | 414 829 | 404 746 | 413 307 | 1 624 769 | 399 707 | 423 492 | 412 425 | 422 380 | 1 658 039 | 458 868 | 490 733 | 481 088 | 492 293 | 1 922 982 | 482 729 | 511 023 | 497 884 | 506 963 | 1 998 599 | |
Bruto binnenlands product | mln euro | 226 692 | 241 442 | 230 471 | 241 950 | 940 586 | 231 350 | 245 241 | 234 478 | 246 269 | 957 372 | 270 402 | 284 564 | 275 962 | 290 615 | 1 121 543 | 284 724 | 299 304 | 290 578 | 304 852 | 1 179 458 | |
Invoer van goederen en diensten Totaal | mln euro | 165 359 | 173 805 | 174 943 | 172 214 | 686 288 | 168 556 | 178 698 | 178 633 | 177 007 | 702 867 | 188 466 | 206 169 | 205 126 | 201 678 | 801 439 | 198 005 | 211 719 | 207 306 | 202 111 | 819 141 | |
Goederen | mln euro | 114 227 | 119 822 | 118 768 | 123 078 | 475 850 | 114 779 | 124 007 | 123 080 | 129 241 | 491 105 | 130 600 | 143 500 | 139 960 | 145 567 | 559 627 | 134 983 | 146 811 | 141 574 | 146 607 | 569 975 | |
Diensten | mln euro | 51 269 | 54 267 | 56 652 | 49 658 | 211 853 | 53 951 | 54 964 | 55 970 | 48 194 | 213 097 | 57 866 | 62 669 | 65 166 | 56 111 | 241 812 | 63 022 | 64 908 | 65 732 | 55 504 | 249 166 | |
Finale bestedingen Totaal | mln euro | 391 851 | 414 829 | 404 746 | 413 307 | 1 624 769 | 399 707 | 423 492 | 412 425 | 422 380 | 1 658 039 | 458 868 | 490 733 | 481 088 | 492 293 | 1 922 982 | 482 729 | 511 023 | 497 884 | 506 963 | 1 998 599 | |
Nationale finale bestedingen Totaal | mln euro | 205 757 | 217 278 | 209 431 | 213 831 | 846 282 | 207 996 | 223 002 | 213 422 | 216 171 | 860 605 | 240 319 | 255 631 | 249 356 | 252 429 | 997 735 | 251 303 | 271 140 | 262 153 | 262 542 | 1 047 138 | |
Consumptieve bestedingen Totaal | mln euro | 159 763 | 167 002 | 164 545 | 167 060 | 658 381 | 162 269 | 170 027 | 167 349 | 169 630 | 669 284 | 187 172 | 194 773 | 195 483 | 199 655 | 777 083 | 196 492 | 203 593 | 204 193 | 209 092 | 813 370 | |
Huishoudens | mln euro | 102 342 | 104 550 | 105 053 | 102 485 | 414 448 | 103 817 | 106 577 | 106 672 | 103 571 | 420 648 | 119 237 | 122 294 | 124 371 | 122 350 | 488 252 | 124 300 | 127 320 | 129 404 | 127 212 | 508 236 | |
Overheid | mln euro | 57 445 | 62 486 | 59 524 | 64 631 | 244 087 | 58 477 | 63 487 | 60 707 | 66 115 | 248 789 | 67 935 | 72 479 | 71 112 | 77 305 | 288 831 | 72 192 | 76 273 | 74 789 | 81 880 | 305 134 | |
Bruto investeringen in vaste activa Totaal | mln euro | 47 991 | 50 977 | 43 960 | 49 696 | 192 611 | 48 848 | 52 612 | 44 289 | 48 975 | 194 716 | 54 846 | 58 697 | 51 174 | 57 995 | 222 712 | 58 350 | 62 828 | 53 309 | 59 014 | 233 501 | |
Bedrijven en huishoudens | mln euro | 40 459 | 43 265 | 36 356 | 41 346 | 161 410 | 40 906 | 43 687 | 36 173 | 39 842 | 160 602 | 46 228 | 49 752 | 42 231 | 48 159 | 186 370 | 48 861 | 52 251 | 43 550 | 48 118 | 192 780 | |
Overheid | mln euro | 7 528 | 7 709 | 7 605 | 8 350 | 31 193 | 7 937 | 8 913 | 8 112 | 9 121 | 34 083 | 8 618 | 8 945 | 8 943 | 9 836 | 36 342 | 9 489 | 10 577 | 9 759 | 10 896 | 40 721 | |
Verandering in voorraden | mln euro | -1 819 | -387 | 1 270 | -2 639 | -3 555 | -2 935 | 703 | 2 123 | -2 158 | -2 251 | -1 699 | 2 161 | 2 699 | -5 221 | -2 060 | -3 539 | 4 719 | 4 651 | -5 564 | 267 | |
Uitvoer van goederen en diensten Totaal | mln euro | 186 170 | 197 661 | 195 566 | 200 097 | 779 479 | 191 781 | 200 594 | 199 258 | 206 779 | 798 425 | 218 549 | 235 102 | 231 732 | 239 864 | 925 247 | 231 426 | 239 883 | 235 731 | 244 421 | 951 461 | |
Goederen | mln euro | 129 336 | 134 979 | 133 624 | 142 289 | 540 239 | 132 433 | 136 774 | 137 296 | 149 434 | 556 027 | 151 463 | 160 154 | 157 895 | 171 141 | 640 653 | 159 583 | 161 597 | 161 005 | 175 322 | 657 507 | |
Diensten | mln euro | 56 852 | 62 843 | 62 278 | 58 263 | 240 237 | 59 356 | 63 982 | 62 298 | 57 762 | 243 417 | 67 086 | 74 948 | 73 837 | 68 723 | 284 594 | 71 843 | 78 286 | 74 726 | 69 099 | 293 954 | |
Bron: CBS